Geleideconstructies op kunstwerken- BPL 66

  • Het systeem is zodanig ontworpen dat de breuk bij maximale impact zich voordoet ter hoogte van de paal.  Op deze wijze worden de ankers en het beton niet beschadigd.
     

  • De onderhoudskosten zijn beperkt door de hele kleine werkingsbreedte
     

  • Het systeem bevat geen zichtbare kabels. (Geen risico op scherpe randen.)
     

  • De geometrie van de plank is dezelfde als deze van de H4b langs het kunstwerk. Dit laat een mooie en efficiënte overgang toe.

In het kort...

De geleideconstructies zijn lineaire elementen en worden langs de weg geïnstalleerd om een kerend vermogen te bieden aan een dwalend voertuig. Deze systemen worden samengesteld uit stalen onderdelen.

De prestatiekenmerken conform NBN EN1317-1/2/5 zijn:

  • Minimaal kerend vermogen: H4b

  • Maximale werkingsbreedte : Wn 3

  • Maximale voertuigoverhelling : VIn 3
     

  • Maximale schokindex: ASI B


Om een overgang naar een andere geleideconstructie mogelijk te maken, moet de geometrie van de aansluitende planken identiek zijn. 

Om het risico op scherpe randen te vermijden zullen alle longitudinale elementen een minimumhoogte van 35 mm hebben.

Omwille van onderhoudsredenen maar ook omwille van de reproduceerbaarheid van het gedrag van de geleideconstructie mag geen breuk in de ankers optreden.

De maximaal doorgebrachte krachten volgens EN 117-1 worden berekend volgens EN 1993-1-1 § 6.2.8 en worden beperkt tot M=50 knM/paal en V=200 kN/paal.

Accessoires